Kies uw taal

Nationaal Zakenauto Onderzoek 2014 – Uitkomsten & Download

Nationaal Zakenauto Onderzoek 2014 – Uitkomsten & Download

Vorige week werd werd het Nationaal Zakenauto Onderzoek gepresenteerd. Hieruit blijkt dat kostenbesparing opnieuw bovenaan het lijstje van bijna alle werkgevers staat, ongeacht de bedrijfsomvang: er is sprake van minder keuze uit diverse automerken, minder kilometers, lager brandstofgebruik en autoregelingen die stevig worden aangescherpt.  ‘Minder’ lijkt het sleutelwoord te zijn.

De drie initiatiefnemers van het Nationaal Zakenauto Onderzoek 2014 zijn vakblad Automobiel Management (AM), het RDC (Centraal Bureau Mobiliteit Informatie) en de VNA (Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen). Voor het zesde jaar op rij onderzochten zij het gedrag van berijders en bedrijven om vervolgens de trends en ontwikkelingen te inventariseren die voortvloeien uit dat gedrag. Het thema van dit jaar was  ‘Wat wil de werkgever? En wat mag de zakelijke rijder (nog)?’ Het onderzoek onder ruim vierduizend berijders en ruim vijfhonderd verantwoordelijken voor de inzet van zakenauto’s levert een aantal opvallende conclusies op. Enkele belangrijke conclusies op een rij:

Kostenbesparing staat bovenaan ieders lijst

Van alle onderwerpen rondom zakelijke mobiliteit is kostenbesparing het belangrijkste onderwerp. Dit geldt voor alle bedrijven ongeacht hun bedrijfsomvang. De respondenten zijn vooral geïnteresseerd in concrete tips voor kostenbesparende maatregelen en hoe er inkoopvoordeel te realiseren is. Vooral bij grotere bedrijven is het realiseren van gedragsverandering eveneens een onderwerp waarin ondersteuning gewenst is. Bedrijven geven vaker aan dat het gebruikmaken van andere vervoersvormen (eventueel in combinatie met de zakenauto) niet leidt tot lagere kosten voor het bedrijf.

Beperking van de autokeuze is geen reden voor ontevredenheid onder medewerkers, minder invloed wél.

Het huidige systeem van fiscale bijtelling leidt tot een sterk dalende merkloyaliteit

Van alle invloedsfactoren op de keuze voor een zakenauto is fiscale bijtellingsklasse de belangrijkste geworden. Steeds vaker voelt de keuze voor een nieuwe zakenauto als ‘financieel gedwongen’: meer dan 80 procent (in 2013: 72 procent) van de respondenten zou niet voor de huidige (zeer) zuinige zakenauto gekozen hebben als deze in de 25%-bijtellingscategorie zou vallen.

De merkloyaliteit is verder gedaald naar gemiddeld 40 procent. Met name de volumemerken hebben te kampen met een (zeer) lage loyaliteit, soms bedraagt deze slechts 20 tot 30 procent. De hoogste loyaliteit is er bij premiummerken.

Download hier het volledige Nationaal Zakenauto Onderzoek 2014.

Download

 

Invoering van een mobiliteitsbudget zet (nog) niet door

Bij bedrijven is de acceptatie voor andere mobiliteitsvormen (dan de zakenauto) licht toegenomen ten opzichte van 2013. Opvallend in deze context is dat de invoering van een mobiliteitsbudget juist een minder hoge prioriteit lijkt te hebben. Ten opzichte van het NZO 2013 overwegen minder zakelijke rijders een mobiliteitsbudget. Een interessante constatering is dat gebruikers van een mobiliteitsbudget hun budget heel traditioneel invullen: niet andere vervoersvormen of combinaties daarvan maar ‘gewoon weer’ een auto van de zaak/leaseauto kiezen.

Privé-lease: onbekend maakt onbemind

Privélease is duidelijk in opkomst. Bij privélease zijn (meestal) alle kosten inbegrepen met uitzondering van de brandstof. 84% van de berijders heeft weleens van privé-lease gehoord. Dat wil niet zeggen dat men het product kent en/of begrijpt. Men staat er overwegend negatief tegenover, ofwel omdat met het zelf niet ziet zitten ofwel omdat er vanuit wordt gegaan dat de werkgever er niet voor openstaat. De houding van bedrijven ten opzichte van privélease is overwegend afwachtend: op dit moment wijst driekwart van de respondenten privélease als reële optie af voor medewerkers die zakelijke ritten rijden. Als belangrijkste nadeel wordt genoemd dat de werknemer met een langdurende financiële verplichting wordt opgezadeld.

Jongeren staan niet anders tegenover automobiliteit dan ouderen

Een deelanalyse van het NZO bevestigt de conclusie van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) dat de fundamentele houding tegenover auto en automobiliteit bij jongvolwassenen (generatie Y, 18-30 jaar) niet anders is dan bij ouderen. Hoewel autogebruik bij jongeren afneemt , geven ze aan in de toekomst zelf een auto te willen bezitten. Sterker nog, uit het NZO blijkt dat jonge zakelijke rijders juist het meest ambitieuze toekomstbeeld hebben over de invulling van hun automobiliteit.

Bron: Reiskostenblog.nl 

Partners

close