Kies uw taal

Op welke auto’s wordt BPM geheven?

BPM wordt geheven op personen auto’s en op bestelauto’s, waarbij voor een bestelauto’s van ondernemers gebruik gemaakt kan worden van een vrijstelling.

Volgens de definitie in de wet is een personenauto een motorrijtuig op drie of meer wielen, met uitzondering van autobussen, bestelauto’s en vrachtauto’s (dat wil zeggen motorrijtuigen die niet zijn ingericht voor personenvervoer, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg).

Inrichtingseisen

Een bestelauto dient voor de BPM aan bepaalde inrichtingseisen te voldoen. Er moet bij alle bestelauto’s een vaste, vlakke laadvloer aanwezig zijn over de hele lengte en breedte van de laadruimte. In die laadruimte mogen geen zitplaatsen aanwezig zijn. Vervolgens worden er per soort bestelauto nog specifieke voorwaarden gesteld; zie hiervoor het schema:

Soort bestelautoEisen 
Grote bestelauto (zoals grote bestelbus en verhuisbus)Laadruimte (blok)min . 200 cm lang
min. 130 cm hoog over een breedte van min.
20 cm en een lengte van min. 200 cm
Zijruitentoegestaan in de laadruimte
Tussenschotniet nodig
Aanvullende eisVoor het meten van de laadruimte: de bestuurdersstoel staat in de fabrieksmatige achterste stand, de rugleuning mag rechtop staan
Bestelauto met  verhoogd dak (zoals combi’s en kleine bestelauto’s)Dak laadruimtemin. 25 cm hoger dan de bovenkant van de  portieropening van de bestuurder over een breedte van min. 20 cm
Zijruitenéén zijruit toegestaan aan de rechterzijde van de laadruimte
Laadruimte (blok)min. 98 cm hoog over een breedte van min  20 cm en over een lengte van min. 125 cm
Tussenschottussen laadruimte en bestuurders-gedeelte: min. 30 cm hoog over de volle breedte
Middelgrote bestelauto zonder verhoogd  dak (zoals ruimtewagens, minibusje en terreinenauto’s) Dak laadruimteminder dan 25 cm hoger dan de bovenkant van de portieropening van de bestuurder
Zijruitenéén zijruit toegestaan aan de rechterzijde van de laadruimte
Laadruimte (blok)min. 98 cm hoog over een breedte van min. 20 cm over een lengte van min. 125 cm
Tussenschot–  direct achter bestuurderszitplaats over de volle breedte  en hoogte van de bestuurderscabine
–  vast raam in tussenschot is toegestaan (maximaal 40 cm hoog)
Bestelauto met open laadbak, enkele cabine en Xtrcab (1,5 cabine)Open laadbakmin 125 cm lang en 20 cm breed
Tussenschot– is de achterwand van de cabine
– maximaal 115 cm achter het achterste punt van het stuurwiel
– vast raam in tussenschot is toegestaan (max. 40 cm hoog)
Aanvullende eis– geen klapstoeltjes of banken achter de voorste rij zittingen toegestaan.
– als een open laadbak wordt overkapt, dan moet de auto voldoen aan de eisen voor een bestelauto met gesloten laadruimte.
– een afdekzeil / afdekschot is toegestaan
Bestelauto met dubbele cabine (met gesloten laadruimte of open laadbak)Hoogte cabinehoogte van de cabine bij een dubbele cabine is de grootte verticale afstand tussen vloer en dak van de cabine, gemeten over een breedte van 20 cm.
Cabineer is één extra rij zitplaatsen geplaatst.
Tussenschot– achterwand van de cabine, en geplaatst direct achter de achterbank- over de volle breedte en hoogte van de cabine- vast raam in tussenschot is toegestaan (max. 40 cm hoog)
Laadbak  of laadruimte– min. 150 cm lang en bovendien min. 2/3 van de lengte die de laadruimte zou hebben zonder extra zitruimte. De oorspronkelijke laadruimte begint bij een fictief schot, dat is geplaatst op een afstand van 115 cm achter het achterste punt van het stuur.
– min. 40% van de lengte is vóór het hart van de achterste as geplaatst.
– één zijruit aan rechterzijde van de laadruimte is toegestaan.
– laadruimte min. 130 cm hoog over een breedte van min 20 cm en over een lengte van min. 150 cm.
Aanvullende eiscabine lager dan 130 cm: de overgebleven laadruimte moet ook min. twee maal de lengte van cabine  hebben. Bij een bestelauto met een dubbele cabine is de lengte van de cabine de afstand tussen het achterste punt van het stuur en het schot tussen de cabine en de laadruimte.

Partners

close