Kies uw taal

Op vakantie met de auto van de zaak zonder bijtelling

Nederland kent ongeveer 1.000.000 mensen met een auto van de zaak, waarvan 25% een rittenregistratie bijhoudt en dus geen (hoge) bijtelling heeft. Een grote groep van alle zakelijke rijders neemt de auto ook mee op vakantie (68%), dit blijkt uit onderzoek van Vereniging Zakelijke Rijders (VZR). Maar door met de auto op vakantie te gaan, lopen medewerkers het risico om voor het hele jaar bijtelling te krijgen. Hoe kan dit worden  voorkomen?

Auto van de zaak
Elke werknemer die in een auto van de zaak rijdt, heeft de keuze om wel of geen privé in de auto van de zaak te gaan rijden. Kiest een werknemer ervoor om de auto ook privé te gaan rijden, geldt een bijtelling van 4% of 22%. En als een werknemer ervoor kiest om de auto niet privé te rijden – of in ieder geval minder dan 500 km per jaar – moet dit worden aangetoond door middel van een sluitende rittenregistratie.

Op vakantie met de auto van de zaak

Als een werknemer er dus voor kiest om niet privé te rijden in de auto van de zaak, maar de auto toch op vakantie mee te nemen is het risico groot dat er meer dan 500 kilometer privé (op jaarbasis) in de auto wordt gereden. Zo krijgt de werknemer toch een bijtelling over het volledige jaar, wat een dure vakantie kan gaan worden, zeker als de auto in de 22% bijtellingscategorie valt.

Op vakantie met auto van de zaak_trackjack

Tip: sluit géén huurovereenkomst met de werkgever

Op 20 september 2016 heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak gedaan waarbij een medewerker een huurovereenkomst met de werkgever heeft afgesloten voor een vakantieperiode. De werknemer had bijgehouden dat hij op jaarbasis minder dan 500 privékilometers had gereden en 3.000 vakantie privékilometers waarvoor de medewerker een vergoeding aan de werkgever betaalde op basis van het huurcontract.  De rechter heeft besloten dat de vakantiekilometers ook onder gewone privékilometers vallen. De werknemer had het hele jaar de auto ter beschikking gehad. De huurovereenkomst maakte dit niet anders waardoor de werkgever een volledige bijtelling moest toepassen voor de werknemer.

Huurovereenkomst

Tijdelijk vervangende auto

De Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) heeft een   uitvoeringsafspraak  gemaakt met de Belastingdienst. De leasemaatschappij en de klant, wat in dit geval de werkgever is, komen overeen dat de werkgever een tijdelijk vervangende leaseauto krijgt die de werknemer tijdens de vakantieperiode mag leasen. Voorwaarde hierbij is dat de hoofdauto – de auto van de werknemer die altijd ter beschikking staat – tijdens het vervangend vervoer niet ter beschikking staat aan de werknemer. De werkgever en werknemer moeten de afspraken hierover schriftelijk vastleggen en deze afspraken moeten realiteitswaarde hebben. De werknemer moet tijdens de vakantieperiode de auto, autopapieren en de middelen voor toegang tot en gebruik van de auto inleveren. Voornoemde vastlegging moet in de loonadministratie worden opgenomen.

Let op: een DGA kan deze regeling niet gebruiken omdat twijfel kan ontstaan over het vereiste realiteitsgehalte van de afspraak.

Vervangende-auto

Uitvoeringsafspraak VNA in strijd met de wet?

Het lijkt er op dat deze uitvoeringsafspraak in strijd is met de wet omdat er sprake is van opvolgend privégebruik. Tijdens de vakantieperiode staat de hoofdauto niet meer ter beschikking. In dit geval moet voor het hele jaar een bijtelling plaatsvinden op een gewogen gemiddelde van de cataloguswaarden van beide auto’s gedurende het jaar.

Rechter

Tweede auto tijdens de vakantieperiode

Werkgevers die geen auto’s leasen, kunnen geen gebruik maken van de uitvoeringsafspraak van de VNA. Toch is het eenvoudig om ook de werknemer van die werkgever tijdens zijn vakantie een lagere bijtelling te laten krijgen. De werkgever kan tijdens de vakantie tijdelijk aan de werknemer een tweede auto ter beschikking stellen. Wanneer een werkgever tijdens de vakantieperiode tijdelijk twee auto’s tegelijk ter beschikking stelt aan zijn werknemer, ondergaat de bijtelling voor de hoofdauto geen wijziging. Voor de tweede auto geldt wel een bijtelling, maar die bijtelling is tijdsevenredig en alleen gebaseerd op de cataloguswaarde van die tweede auto. Anders dan de uitvoeringsafspraak van VNA is deze regeling ook door DGA’s toe te passen.

 

 

Alternatieven

Natuurlijk zijn er nog andere alternatieven. Wellicht heeft een DGA of zijn of haar partner een eigen auto. En is het voor een werknemer mogelijk een auto te lenen, huren of zelf tijdelijk een auto te leasen.

Partners

close